Opiniepeiling Nederlanders over het Israëlisch-Palestijnse conflict (december)
Samenvatting TNS NIPO Opiniepeiling 2006
TNS NIPO heeft in opdracht van UCP een onderzoek gedaan naar de mening van Nederlanders over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Dit onderzoek heeft in de periode van 6 t/m 14 december 2006 plaatsgevonden. Voor het onderzoek zijn 1001 respondenten ondervraagd. Indien relevant en waar mogelijk, worden de resultaten in deze samenvatting vergeleken met de resultaten uit het onderzoek uit 2005. Lees ook het door ons uitgebrachte persbericht.
Hieronder volgt een korte samenvatting van het onderzoek:
Berichtgeving over en bekendheid van het conflict
- Ruim de helft van de Nederlanders (54%) zegt vaak iets te zien, horen of lezen over het conflict. Ruim drie op de tien Nederlanders (33%) krijgen zo nu en dan informatie over dit conflict uit de media. Een op de acht Nederlanders (12%) hoort zelden of nooit iets over het conflict.
- Iets meer dan de helft van de Nederlanders (55%) vindt de berichtgeving over het conflict in het Midden-Oosten neutraal.
- Van de Nederlanders die de berichtgeving partijdig vinden (33%), vindt 57% dat de berichtgeving partijdig is in het voordeel van Israël en 30% dat de berichtgeving in het voordeel van de Palestijnen is.
Meer Nederlanders ten opzichte van vorig jaar die de bouw van de muur op bezet Palestijns gebied onaanvaardbaar vinden
- Zeven op de tien Nederlanders (69%) vinden het (volkomen) onaanvaardbaar dat Israël een muur in bezet Palestijns gebied bouwt (2005: 60%). De helft van de Nederlanders (49%) vindt het zelfs volkomen onaanvaardbaar.
- Twee derde van de Nederlanders (66%) vindt dat de Nederlandse regering druk op Israël moet uitoefenen om ervoor te zorgen dat Israël zich aan de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof houdt. Een kwart van de Nederlanders (26%) is het hier niet mee eens.
Niet alleen Israël en de Palestijnse Autoriteit zijn verantwoordelijk voor het voortduren van de bezetting, maar ook de internationale gemeenschap
- Bijna een derde van de Nederlanders (31%) vindt dat Israël en de Palestijnse autoriteit evenveel blaam treft voor het voortduren van de bezetting van de Palestijnse gebieden.
- Volgens één op de vijf Nederlanders (19%) ligt de schuld voornamelijk bij de internationale gemeenschap. Iets minder mensen (17%) vinden dat Israël kan worden aangewezen als hoofdzakelijk schuldige en één op de tien Nederlanders (9%) houdt de Palestijnse autoriteit verantwoordelijk.
De internationale gemeenschap moet meer ingrijpen met diplomatieke middelen en het sturen van internationale waarnemers dan met gerichte sancties
- Ruim twee derde van de mensen die vinden dat de internationale gemeenschap moet ingrijpen (36%), vindt dat diplomatie (bijvoorbeeld het houden van een internationale vredesconferentie) de oplossing biedt (2005: 32%). Eén op de vijf vindt dat er internationale waarnemers gestuurd moeten worden (20%), dit was ook het geval in 2005 (21%).
- Eén op de zeven mensen (14%) zien heil in gerichte sancties (inclusief boycotten is dit 15%, versus 10% in 2005).
De meerderheid van de Nederlanders vindt dat de Nederlandse regering zich niet afzijdig moet houden wanneer mensenrechten worden geschonden
- Twee derde van de Nederlanders vindt dat de Nederlandse regering zich niet afzijdig moet houden (65%) wanneer in het Israëlisch-Palestijnse conflict mensenrechten worden geschonden (2005: 59%). Drie op de tien Nederlanders (30%) vinden van wel (2005: 32%).
- Een ruime meerderheid van degenen die vinden dat Nederland moet ingrijpen, vindt dat Nederland zowel tegen Israël als tegen de Palestijnse Autoriteit moet optreden. Bijna een op de zeven Nederlanders (15%) vindt dat alleen tegen Israël moet worden opgetreden en 5% vindt dat alleen tegen de Palestijnse Autoriteit moet worden opgetreden.
De meerderheid van de Nederlanders vindt dat de Nederlandse regering Israël onder druk moet zetten om de illegale nederzettingen te ontruimen
- Twee derde van de Nederlanders (67%) is van mening dat de Nederlandse regering Israël onder druk moet zetten om de illegale nederzettingen te ontruimen.
- Drie op de tien Nederlanders (31%) vinden dat dit met zowel economische als politieke middelen dient te gebeuren en drie op de tien (30%) vinden dat dit alleen met politieke middelen moet gebeuren.
- Slechts 6% vindt dat alleen economische middelen moeten worden ingezet. Bijna een op de vijf Nederlanders (18%) vindt dat Israël helemaal niet onder druk hoeft te worden gezet om haar nederzettingen te ontruimen.
De meerderheid van de Nederlanders vindt dat Nederlandse bedrijven niet mogen handelen met of investeren in nederzettingen en de meerderheid vindt bovendien dat deze bedrijven aangepakt moet worden door de Nederlandse overheid
- Zeven op de tien Nederlanders (71%) vinden dat Nederlandse bedrijven niet mogen handelen met of mogen investeren in illegale nederzettingen. Drie op de vijf Nederlanders (62%) vinden dat de Nederlandse overheid de bedrijven die dat wel doen moet aanpakken.
- Bijna de helft (48%) van degenen die vinden dat de overheid maatregelen moet nemen, vindt dat handel met en het investeren in de illegale nederzettingen verboden moet worden. Een kwart (24%) wil dat de betreffende bedrijven financieel onder druk worden gezet door de overheid.
- Eveneens een kwart (25%) meent dat de overheid de bedrijven moet aanmoedigen hun investeringen in en handelsrelaties met de nederzettingen te staken.
- Ruim de helft van de Nederlanders vindt dat Nederlandse consumenten producten uit bezette gebieden moeten boycotten.

