Internationaal Gerechtshof over de muur

Op 9 juli 2004 oordeelde het Internationaal Gerechtshof in Den Haag dat de muur die door Israël wordt gebouwd op de Westelijke Jordaanoever in strijd is met het internationale recht en moet worden afgebroken. De muur staat niet op de Groene Lijn, maar op Palestijns grondgebied.

 

Hieronder vindt u achtergronden bij het advies van het Internationaal Gerechtshof, relevante VN-resoluties, achtergrondartikelen, veelgestelde vragen en links naar informatieve websites.

 

 

1. Achtergrond

2. Het advies van het Internationaal Gerechtshof

3. Resoluties

4. Achtergrondartikelen

5. Links

 

Veelgestelde vragen

 

 

1. Achtergrond

In 2002 gaf Israël het startsein voor de bouw van een muur op de bezette Westelijke Jordaanoever. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties bepaalde op 21 oktober 2003 (in resolutie ES-10/13) dat de muur "in strijd is met relevante bepalingen van het internationale recht". Israël werd opgeroepen om de bouw van de muur in bezet gebied te stoppen en om de delen die al gebouwd waren, af te breken. Toen Israël hier geen gehoor aan gaf, vroeg de Algemene Vergadering op 8 december 2003 het Internationaal Gerechtshof in Den Haag om een advies uit te brengen over "de juridische gevolgen die voortvloeien uit de bouw van de muur die Israël, de bezettende mogendheid, bouwt in bezet Palestijns gebied, inclusief in en rond Oost-Jeruzalem".

 

Op 9 juli 2004 bracht het Internationaal Gerechtshof een juridisch advies uit over de muur. Daarin oordeelde het Hof dat "de bouw van een muur en de daarbij behorende maatregelen in de bezette Palestijnse gebieden in strijd zijn met het internationale recht". Het Hof verklaarde ook dat Israël de bouw van de muur moet stopzetten en de delen die in bezet gebied zijn geplaatst moet afbreken. Bovendien werd vastgesteld dat de schade, die door de bouw van de muur in bezet gebied is veroorzaakt, door Israël vergoed moet worden. Het Internationale Gerechtshof sprak zich niet alleen uit over de muur. Het Gerechtshof benadrukte ook de illegaliteit van de Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Daarnaast werd benadrukt dat "de juridische en administratieve maatregelen die de status van Jeruzalem veranderen niet geldig zijn omdat ze in strijd zijn met het internationale recht". Hiermee wordt gedoeld op de Israëlische annexatie van Oost-Jeruzalem.

 

Nadat het Internationaal Gerechtshof haar advies had uitgebracht, nam de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een resolutie aan (resolutie A/ES-10/15) waarin Israël werd opgeroepen om gevolg te geven aan de uitspraak van het Hof. Israël heeft hier tot nu toe geen gehoor aan gegeven. Naast deze resolutie heeft de internationale gemeenschap geen actie ondernomen om ervoor te zorgen dat de uitspraak wordt nageleefd. Israël gaat ongehinderd door met het bouwen van de muur, grotendeels op bezet Palestijns gebied.

 

Israël

De Israëlische regering noemt de muur een veiligheidshek en geeft het tegengaan van zelfmoordaanslagen als argument voor de bouw van de muur. Volgens Israël zou de muur het voor militante Palestijnse organisaties die aanslagen in Israël willen plegen moeilijk, zo niet onmogelijk maken om Israël binnen te komen.

De muur wordt gepresenteerd als een tijdelijke maatregel. Ondanks het feit dat de muur een miljardenproject is, zegt Israël dat het bouwwerk kan worden afgebroken of verplaatst zodra er een vredesovereenkomst is bereikt met de Palestijnen. De Israëlische regering ontkent dat de muur, door de gekozen route in bezet gebied en de inlijving van nederzettingen, vooruitloopt op die onderhandelingen door eenzijdig een toekomstige grens vast te leggen.

 

Gevolgen van de muur

De muur heeft een grote invloed op het dagelijks leven van Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem. Door de route van de muur worden grote stukken Palestijns land geannexeerd, worden nederzettingen bij Israël ingesloten en wordt de bewegingsvrijheid van Palestijnen ernstig beperkt. Ook het vredesproces heeft te lijden onder de bouw van de muur. Politieke analisten vrezen dat met de bouw van de muur de grens tussen Israël en een toekomstige Palestijnse staat eenzijdig wordt vastgelegd op een manier die de levensvatbaarheid van deze Palestijnse staat tegengaat.

 

Verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap

Volgens het Internationaal Gerechtshof dragen alle naties de verantwoordelijkheid om te zorgen voor de naleving van de uitspraak over de muur. Hierover zegt het Hof: “Alle naties zijn verplicht de illegale situatie die door de bouw van de muur is ontstaan niet te erkennen en geen hulp of assistentie te verlenen die deze situatie in stand houdt; alle naties die verdragspartij zijn van de Vierde Conventie van Genève (…) hebben hiernaast de verplichting (…) de naleving van het internationaal humanitair recht door Israël te verzekeren zoals is vastgelegd in die Conventie.”

 

Op 20 juli 2004 stemde de Algemene Vergadering van de VN (met 150 stemmen voor, 6 stemmen tegen en 10 onthoudingen) in met een resolutie waarin Israël werd opgeroepen gevolg te geven aan de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof. Alle lidstaten van de VN werden in deze resolutie opgeroepen om hun verantwoordelijkheden na te komen, zoals genoemd in de uitspraak van het Hof. Er zijn echter nooit maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat Israël de uitspraak naleeft.

 

Nederland

De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof is duidelijk over de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap, dus ook van Nederland. Zij moet ervoor zorgen dat de uitspraak wordt nageleefd. Daarnaast heeft de internationale gemeenschap, inclusief Nederland, de verantwoordelijkheid om zich uit te spreken over de mensenrechtenschendingen die voortkomen uit de bouw van de muur. In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staat dat alle landen die lid zijn van de Verenigde Naties:

"…zich plechtig verbonden hebben om, in samenwerking met de Organisatie van de Verenigde Naties, overal de eerbied voor en de inachtneming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden te bevorderen".

 

Onze regering heeft zich in het verleden meerdere malen uitgesproken over de muur en zegt Israël hierop aan te spreken. De regering neemt echter geen concrete maatregelen nu blijkt dat Israël hier geen gehoor aan geeft. De Nederlandse regering wil geen verdere maatregelen nemen omdat ze denkt dat een "...positieve benadering meer resultaat oplevert dan eenzijdig eisen aan Israël te stellen".  Het is echter maar de vraag of dit zo is. De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof is inmiddels vijf jaar oud en tot nu toe heeft de Nederlandse benadering niets opgeleverd.

 

Terug naar boven

 

 

2. Het advies van het Internationaal Gerechtshof

 

Het Internationaal Gerechtshof (International Court of Justice, ICJ) is het belangrijkste gerechtelijke orgaan binnen de Verenigde Naties. De 15 rechters van het Gerechtshof worden gekozen door de VN Veiligheidsraad. Het Internationaal Gerechtshof spreekt zich uit over rechtsgeschillen tussen landen, maar kan op verzoek van VN-organen ook een advies uitbrengen. Het advies over de muur is op verzoek van de Algemene Vergadering van de VN tot stand gekomen.

 

De verschillende onderdelen uit het advies van het Internationaal Gerechtshof staan hieronder. Tussen haakjes staat telkens de stemverhouding van de 15 rechters, per onderdeel van het advies.

  • De bouw van de muur door Israël, de bezettende mogendheid, in bezet Palestijns gebied met inbegrip van Oost-Jeruzalem, en de daarbij behorende maatregelen, zijn in strijd met het internationaal recht" (14 tegen 1);
  • Israël is verplicht een eind te maken aan haar schendingen van het internationaal recht; zij is verplicht onmiddellijk het werk aan de bouw van de muur in bezet Palestijns gebied, met inbegrip van Oost-Jeruzalem, te staken, onmiddellijk de daar gelegen constructie af te breken en alle wettelijke en bestuurlijke bepalingen omtrent de muur op te heffen, conform paragraaf 151 van dit Advies" (14 tegen 1);
  • Israël is verplicht tot herstel van alle schade veroorzaakt door de bouw van de muur in bezet Palestijns gebied met inbegrip van Oost-Jeruzalem" (14 tegen 1);
  • Alle naties zijn verplicht de illegale situatie die door de bouw van de muur is ontstaan niet te erkennen en geen hulp of assistentie te verlenen die deze situatie in stand houdt; alle naties die verdragspartij zijn aan de Vierde Conventie van Genève, die voorziet in de Bescherming van Burgers in Oorlogstijd van 12 augustus 1949, hebben hiernaast de verplichting, het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht respecterend, Israëls naleving van het internationaal humanitair recht te garanderen zoals is vastgelegd in die Conventie’’ (13 tegen 2);
  • De Verenigde Naties en in het bijzonder de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad moeten zich beraden welke verdere stappen nodig zijn om een eind te maken aan de illegale situatie die is ontstaan door de bouw van de muur en de daarbij behorende maatregelen, met inachtneming van het huidige Advies" (14 tegen 1).

 

Is de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof een vrijblijvend advies?

 

Het advies van het Internationaal Gerechtshof geeft de visie van een juridische autoriteit weer over de interpretatie van het internationale recht in deze kwestie. Bij het formuleren van het advies heeft het Hof gebruik gemaakt van dezelfde procedures en regels als wanneer ze een bindend oordeel geeft. Daarnaast heeft het Hof haar oordeel gebaseerd op verdragen die bindend zijn, zoals de Vierde Geneefse Conventie. De Algemene Vergadering van de VN heeft op 20 juli 2004 een resolutie aangenomen waarin Israël wordt gemaand om het advies van het Internationaal Gerechtshof op te volgen. Daarnaast is het vaststellen van geldend recht door het Internationaal Gerechtshof bindend voor alle staten.

 

Terug naar boven

 

 

3. Resoluties

21 oktober 2003 (resolutie ES-10/13): De muur is "in strijd is met relevante bepalingen van het internationale recht".

 

8 december 2003 (resolutie ES-10/14): Het Internationaal Gerechtshof vraagt om een advies inzake "de juridische gevolgen die voortvloeien uit de bouw van de muur die Israël, de bezettende mogendheid, bouwt in bezet Palestijns gebied, inclusief in en rond Jeruzalem".

 

20 juli 2004 (resolutie A/ES-10/15): resolutie van de Algemene Vergadering (150 stemmen voor, 6 stemmen tegen en 10 onthoudingen), waarin Israël wordt opgeroepen gevolg te geven aan de uitspraak van het Hof. De resolutie roept ook alle lidstaten van de VN op om hun juridische verplichtingen na te komen, zoals genoemd in de uitspraak van het Hof.

 

Terug naar boven

 

 

4. Achtergrondartikelen

 

Terug naar boven

 

 

5. Links

 

Terug naar boven