22 april 2013
 

‘Rode Kaart Campagne’ tegen UEFA’s keuze voor Israël

De strijd om het Europees Kampioenschap voetbal voor teams tot 21 jaar in Israël heeft plaats van 6 tot 18 juni. Voordat het Nederlands elftal de finale kan halen, moet daarvoor eerst de traditionele ‘poule des doods’ worden overleefd. Aartsrivalen in deze poule zijn Rusland, Spanje en Duitsland. 
 
De keuze van Israël door de UEFA, valt niet goed bij mensen met een open oog voor internationaal recht in het algemeen en mensenrechten in het bijzonder. Waarom een feestelijk toernooi organiseren in een land dat al decennialang een ander land bezet houdt? De Nederlandse tak van de internationale Rode Kaart Campagne vraagt de KNVB om terugtrekking van het Nederlands elftal.
 
De Rode Kaartcampagne is een protest tegen het verschil van rechten in Israël onder de voetballers. De campagne vindt dat een land als Israël geen zorgeloze wedstrijd kan organiseren in de huidige situatie. De organisatie vindt dat sportieve activiteiten de relatie tussen de verschillende gemeenschappen kan verbeteren, maar dat dit nu niet mogelijk is door het racisme in Israël. 
 
Palestijnse sportorganisaties en vooraanstaande atleten hebben zich publiekelijk uitgesproken tegen Israël als locatie voor het kampioenschap. Vooraanstaande spelers als Frédéric Kanouté, die nu in China speelt, Eden Hazard van Chelsea, Abou Diaby van Arsenal en vijf spelers van Newcastle – Papiss Cissé, Cheick Tioté, Sylvain Marveaux, Yohan Cabaye en Demba Ba – lanceerden in november 2012 een oproep om het kampioenschap niet in Israël te houden. De voormalige Franse minister van sport Marie-George Buffet heeft de UEFA-voorzitter een brief geschreven, waarin ze hetzelfde vraagt.
 
Israël bezet al ruim 45 jaar Palestijnse gebieden. Het land houdt bijna 5000 Palestijnen uit de bezette gebieden gevangen, waaronder bijna 236 kinderen. Zo’n 200 van deze gevangenen zitten vast onder ‘administratieve detentie’. Zij zijn zonder proces en zonder duidelijke beschuldiging vastgezet. Mahmoud Sarsak, een speler van het Palestijnse nationale elftal, heeft drie jaar in administratieve detentie gevangen gezeten. Na een hongerstaking en na vele internationale protesten, o.a. van UEFA-president Platini, werd Sarsak in juli 2012 vrij gelaten. Ook Sarsak spreekt zich uit tegen Israël als plaats om het toernooi te houden.
 
Een andere getalenteerde voetballer die in administratieve detentie zit is Muhammad Nimr. Muhammed krijgt veel steun van de hulporganisatie Addameer. Zij noemen deze jongen een veelbelovende speler, maar doordat de Palestijnse voetballers niet vrij kunnen reizen, zich niet goed kunnen voorbereiden op de wedstrijden en niet kunnen deelnemen aan trainingen, hebben zij geen eerlijke kans tijdens deze internationale competitie.
  
Zie hier voor Nederlandse Rode Kaartcampagne.